Twee recente parlementaire vragen van volksvertegenwoordiger Valérie De Bue (MR) hebben de Waalse vicevoorzitter en minister van Ruimtelijke Ordening, Infrastructuur en Mobiliteit ertoe genoopt zich te buigen over de administratieve praktijken die UPTR als “aberrant” bestempelt.
Op basis van de verstrekte antwoorden trekt UPTR geenszins de goede trouw van minister François Desquesnes (Les Engagés) in twijfel. Net dat vermoeden van “goede trouw” wordt de wegvervoerders echter ontzegd.
Volgens UPTR laten de cijfers van de Waalse fiscale administratie over de boetes inzake de kilometerheffing — 25.342 aanslagbiljetten voor een totaalbedrag van 10.614.650 euro aan boetes in 2025 — allerminst toe te besluiten dat de SPW Financiën zijn werkwijze zou willen herzien, met het risico dat zijn ontvangsten zouden dalen…
Michaël Reul, secretaris-generaal
1. Termijn voor kennisgeving van de eerste inbreuk: 15 dagen
De Waalse administratie is er blijkbaar in geslaagd haar minister ervan te overtuigen dat zij een tweewekelijkse inkohieringstermijn naleeft.
In het Parlement verklaarde minister Desquesnes inderdaad dat de SPW de boetes systematisch en volgens een vast ritme inkohiert. Die inkohiering zou om de twee weken plaatsvinden, met naleving van de vereisten inzake behoorlijk bestuur, proportionaliteit en administratieve fair play.
2. Onmiddellijke inning langs de weg: rechtsmisbruik
De hoven en rechtbanken zijn unaniem: voor Belgische vervoerders vormt de immobilisatie van een vrachtwagen met het oog op de inning van een boete in verband met de kilometerheffing een rechtsmisbruik.
Van rechtsmisbruik is sprake wanneer iemand een recht uitoefent op een wijze die kennelijk de grenzen van de normale uitoefening ervan door een voorzichtig en zorgvuldig persoon overschrijdt. Er kan eveneens sprake zijn van rechtsmisbruik wanneer de repressieve methodes disproportioneel zijn in verhouding tot de ernst van de gepleegde inbreuken.
Sinds het antwoord dat de Waalse minister van Begroting en Financiën van de vorige regering in 2021 gaf op een parlementaire vraag, zou de kwestie van de immobilisatie van een Belgische vrachtwagen normaal gezien niet langer aan de orde mogen zijn.
De minister gaf toen immers gehoor aan de oproep van UPTR en verduidelijkte letterlijk: “De Waalse controleurs hebben de instructie om Belgische voertuigen niet te blokkeren. Belgische vervoerders zijn dus wel degelijk beschermd tegen de immobilisatie ter plaatse van hun voertuigen in geval van niet-betaling van de verschuldigde boetes. De administratie beschikt immers over talrijke middelen om onbetaalde belastingen of boetes te innen.”
3. Artikel 22, § 3, van het decreet van 16 juli 2015: goede trouw
Het decreet van 30 november 2023 tot wijziging van artikel 22 van het decreet van 16 juli 2015 tot invoering van een kilometerheffing voor vrachtwagens voor het gebruik van de wegen, werd gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad van 11 januari 2024.
Het aldus gewijzigde decreet bepaalt voortaan automatisch het volgende: “Het bedrag van de eerste administratieve boete wordt vastgesteld op 250 euro — in plaats van 500 euro — voor inbreuken van categorie C (niet-geactiveerd elektronisch toestel of toestel dat geen signaal uitzendt enz.) die door hetzelfde voertuig worden begaan en tijdens hetzelfde kalenderjaar worden vastgesteld.”
Het bepaalt eveneens dat, in geval van inbreuken die door de heffingsplichtige te goeder trouw werden begaan en na diens administratief beroep, de door de Regering aangewezen ambtenaar of dienst de bedragen van de administratieve boetes vermindert wanneer deze boetes betrekking hebben op eenzelfde categorie van inbreuken en de inbreuken gedurende een in de tijd beperkte periode door hetzelfde voertuig werden begaan.
In die omstandigheden worden de bedragen van de administratieve boetes van categorie C vastgesteld op 250 euro per inbreuk, met een maximum van 750 euro.
In het Parlement herinnerde volksvertegenwoordiger Valérie De Bue aan de bedoeling van de wetgever bij de goedkeuring van dit wijzigingsdecreet. De doelstelling van de wijzigingen was volstrekt duidelijk. Uit de voorbereidende werkzaamheden blijkt immers dat deze aanpassing de voorwaarden verduidelijkt en daardoor de beoordelingsbevoegdheid van de administratie beperkt, door de gunstige behandeling van de heffingsplichtige te versterken wat betreft de mogelijkheid om boetes te verminderen die betrekking hebben op inbreuken van eenzelfde categorie, te goeder trouw begaan gedurende een in de tijd beperkte periode door hetzelfde voertuig.
Hoewel de vereisten van goede trouw en van een beperkte periode behouden blijven, werden de andere criteria bewust verduidelijkt om de interpretatiemarges van de administratie te verkleinen.
Ondanks deze nochtans zeer heldere verduidelijkingen laat het antwoord van minister Desquesnes UPTR perplex achter. Voor de vervoerders is het een koude douche.
De minister verschuilt zich blijkbaar achter het standpunt van zijn administratie en is van oordeel dat “aangezien het begrip goede trouw noch wordt vermoed noch in de teksten wordt gedefinieerd, degene die zich erop beroept het bewijs ervan moet leveren“.
Door deze omkering van de bewijslast dreigen de wijzigingen die door het decreet van 30 november 2023 werden aangebracht dode letter te blijven.
Met andere woorden: de Waalse fiscale administratie is niet van plan de vervoerders ook maar enige tegemoetkoming te doen. Zij zal dus blijven uitgaan van hun “kwade trouw”. Een houding die veel zegt over de visie van de Waalse administratie op het ondernemerschap.
Het is dan ook niet verwonderlijk dat momenteel bijna 70 gerechtelijke beroepen de hoven en rechtbanken belasten.
4. Administratief beroep
Om een boete in verband met de kilometerheffing in Wallonië te betwisten, kan een administratief beroep worden ingesteld bij de Directie Geschillen van de SPW Financiën.
De bezwaartermijn bedraagt maximaal zes maanden vanaf de kennisgeving van de boete.
In het licht van de hierboven vermelde decretale wijzigingen heeft UPTR haar modellen voor brieven inzake administratief beroep aangepast. Dit beroep vormt een verplichte voorafgaande stap vóór een gerechtelijk beroep kan worden ingesteld.
5. Verzoek tot kwijtschelding en matiging
Een Waalse bijzonderheid is dat de procedure van artikel 64 van het Waalse decreet van 6 mei 1999 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillen inzake Waalse gewestelijke belastingen belastingplichtigen toelaat een verzoek in te dienen voor dossiers die zowel administratief als gerechtelijk zijn afgesloten.
Het indienen van een verzoek tot kwijtschelding en matiging houdt dus in dat de termijn voor administratief beroep is verstreken of dat het geschil is beëindigd.
Ook wanneer een gerechtelijke procedure nog voor de rechtbank hangende is, staat niets de indiening van een gemotiveerd verzoek in de weg. Een minnelijke schikking die in het kader van deze procedure wordt bereikt, kan dan toelaten het gerechtelijke geschil af te sluiten.
UPTR stelt haar leden op eenvoudig verzoek een modelbrief ter beschikking voor een verzoek tot kwijtschelding en matiging van fiscale boetes.
Niets in voormeld artikel 64 verhindert vervoerders om een gemotiveerd verzoek in te dienen met betrekking tot oudere boetes, met name voor bedragen die hoger liggen dan 250 euro voor de eerste boete of 750 euro wanneer het gaat om meerdere boetes binnen een beperkte periode voor hetzelfde voertuig.
Het beginsel van de retroactieve toepassing van de mildere strafwet volstaat om de verzending van een verzoekschrift tot kwijtschelding en matiging te rechtvaardigen. Wie niet waagt, niet wint…